Orsprong


In 1459 voor het eerst genoemd in een schepenprotocol in Nijmegen.
In 1604 voor het eerst genoemd als “Coorn molen”. 


Afbeelding: Thornsche molen te Ooij, 29. Aug. 1896/1897, Willem Cornelis Rip, 19e eeuwse kunstschilder (Rijksmuseum Amsterdam)

Het vermoeden bestaat, maar daar is geen enkele zekerheid over, dat de molen daar ooit als poldermolen is neergezet. Rond het jaar 1300 -1400 zijn de eerste dijken daar gelegd die een gesloten dijkring vormden. De daardoor ontstane polder, polder de Duffelt, moest zijn water kwijt. De Waal liep nog langs de daar liggende dijk en via een sluis kon het overtollige water uit de polder. Echter, als het waterpeil in de Waal hoger was dan het peil in de polder, was weg laten lopen niet meer mogelijk. Een poldermolen kan daarbij hebben geholpen om het water uit de polder te pompen. Toen rond 1550 de Erlecomsedam werd gelegd ontstond de Erlecomsepolder. Het wegpompen van het water uit de Duffelt was daarmee niet meer mogelijk. 

Het Meertje werd toen doorgegraven richting Beek en is daarmee de hoofdafvoer geworden voor het overtollige water uit de Duffelt. Het vermoeden bestaat dat daarna de Thornsche molen van poldermolen een korenmolen is geworden. 

Het gebied waar de molen staat heet vroeger de “Putcuyp”. Zoals overal in een grensgebied was er ook daar geregeld sprake van schermutselingen tussen de “Kleefse en Gelderse” wat er toe geleid heeft dat er een schans werd gebouwd en voor die tijd een wachttoren. De schans in de Putcuyp heettedie schanze aan die Thorn”. Dat zal dus de naamgever zijn geweest van de “Thornsche molen”.